Nieuws

Grafisch werk van Fiep Westendorp bij Nieuwe Veste

Gepubliceerd: 15-08-2017


Op 17 december 2016 was het 100 jaar geleden dat Fiep Westendorp werd geboren. Het werk van de illustratrice is nog altijd springlevend. Haar tekeningen hebben al vele generaties een bijzondere plek in de harten van jong en oud. Dat verdient een mooie tentoonstelling.

Tot en met December 2017 wordt deze 100e verjaardag van Fiep Westendorp met verschillende tentoonstellingen gevierd. Voor bibliotheken is er door museum Meermanno, samen met de Fiep Westendorp Fundatie, een expositie opgezet.
Bij Nieuwe Veste zal deze tentoonstelling 'FIEP 100 – Blikvangers' van dinsdag 5 september tot zaterdag 24 september te zien zijn tijdens de openingsuren van de bibliotheek. 

Hoe het begon
Fiep Westendorp werd op 17 December 1916 geboren in Zaltbommel. Van jongs af aan wilde ze illustratrice worden en op haar 16de ging ze elke dag met de bus van Zaltbommel naar Den Bosch naar de Koninklijke School voor Kunst Techniek en Ambacht (KTA). Daar maakte ze voor haar eindexamen een affiche voor een fictieve paddestoelen tentoonstelling. In 1937 kreeg ze van de Gemeente Zaltbommel haar eerste opdracht: het illustreren van de VVVGids. Na de KTA gind Fiep naar de Kunstacademie in Rotterdam. Het bombardement van Rotterdam op 14 Mei 1940 maakte een einde aan haar studietijd. Fiep verbleef de eerste oorlogsjaren in huis bij Clara Eggink en Jacques Bloem en illustreerde voor Clara het gedicht: De vrouw en de Cormorant.

Amsterdam
Na de bevrijding vertrok Fiep naar Amsterdam waar ze haar verdere leven zou blijven. De eerste jaren illustreerde Fiep vooral boeken voor volwassenen. Daarnaast werkte ze bij de krant Vrij Nederland. Fiep vond het heel moeilijk illustraties te maken bij politieke onderwerpen. Volgens een kamergenoot zat ze vaak te huilen boven haar werktafel omdat het haar niet lukte het onderwerp goed te verbeelden. Ze was altijd op zoek naar humor in haar tekeningen. Daar lag haar kracht.

Beroemd
Tot bloei kwam Fiep bij de Vrouwenpagina van Het Parool (1948-1968). Daar kwam ze in contact met auteurs voor wie ze het heerlijk vond te illustreren en met wie ze jarenlang samenwerkte. Onder de bezielende redactie van Wim Hora Adema kreeg Fiep de kans tekeningen te maken bij heel veel verschillende onderwerpen. Elke week stonden er illustraties van Fiep in de krant. Haar tekenstijl ontwikkelde zich tot de strakke, karikaturale vormen waar ze zo bekend om is. In 1956 is ze zo beroemd dat ze de opdracht krijgt het affiche te maken voor de grote illustratoren tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Jip en Janneke (1952-1957)
Op 13 september 1952 stond het eerste avontuurtje van de buurkinderen Jip en Janneke op de Kinderpagina van Het Parool. Annie M.G. Schmidt en Fiep Westendorp waren al jaren bevriend met elkaar, maar werkten nu voor het eerst samen. In een klein hoekje van de pagina verschenen Jip en Janneke. De illustraties werden klein afgedrukt waardoor er weinig details zichtbaar waren, maar de plaatjes moesten wel goed opvallen. Daarom besloot Fiep de kinderen als silhouetten af te beelden. De verhaaltjes werden geschreven met leesstreepjes zodat ze door kinderen zelf konden worden gelezen. Daarom zien Jip en Janneke er uit als kinderen van een jaar of zes, zeven.Vijf jaar lang verscheen elke week een verhaaltje met een tekening op de kinderpagina en elk jaar verscheen er een bundeltje. In de loop van de jaren had Fiep wel eens spijt van haar silhouet idee. Het stelde haar vaak voor problemen. Fiep vertelde: “Het was vaak een heel gepuzzel. Wanneer ik Jip wilde tekenen met zijn handjes op zijn knieen dan ging dat niet, want zijn handjes en zijn broekje zijn allebei zwart, en zwart op zwart dat gaat niet. Daar moest ik dan altijd iets geks op verzinnen”

BOBO en Jip en Janneke (1976-1984)
In 1976 kwam het kleurterblad Bobo bij Fiep met de vraag of zij Jip en Janneke voor het tijdschrift in kleur wilde tekenen.Fiep wilde al heel lang de oude silhouetten vervangen en deze opdracht gaf haar die kans. Iedere week maakt ze een nieuwe illustratie. In een vrolijke kleurenwereld plaatste Fiep de zwartwit silhouetten. Jip en Janneke werden gerestyled tot kleuters. Ze kregen gedrongen lichaampjes, een groot, rond hoofd en korte armpjes en beentjes. Zo werd hun leeftijd aangepast aan de nieuwe doelgroep: de peuters en kleuters die door hun ouders worden voorgelezen. In de loop van de jaren verving Fiep alle oude tekeningen van Jip en Janneke door nieuwe. Ook zonder de kleurenwereld. Fiep tekende dus bij elk verhaaltje Jip en Janneke drie keer.

Pim en Pom (1957-1969)
Mies Bouhuys schreef de avonturen van Pim en Pom over haar eigen twee katten met dezelfde namen. Op de kinderpagina van Het Parool stond elke week een verhaaltje of een versje met daarbij een of meer illustraties van Fiep. De katten hebben van Fiep een bijzonder uiterlijk gekregen: een grote ellipsvormige kop, geen bekje, geen driehoekig kattenneusje, maar ogen en neus als drie rondjes op een lijn. Fiep heeft haar eigen poezensoort geschapen, met een heel unieke en sterke grafische vorm. Tijdens het archiveren van het werk van Fiep werden de tekeningen van Pim en Pom terug gevonden in de badkamerkastjes in het huis van Fiep. Gelukkig was Fiep nog steeds tevreden over deze tekeningen. Daarom werd besloten deze katten een nieuw leven te geven.Nu zijn er de animatieserie van 52 afleveringen 'De avonturen van Pim & Pom' en de bioscoopfilm “Pim & Pom; Het Grote Avontuur”.

Rijmpjes en versjes (1947-1976)
Fiep had Han G. Hoekstra leren kennen in de eerste oorlogsjaren via Jan Campert en Clara Eggink. Na de oorlog kwamen ze elkaar weer tegen bij Het Parool. Voor Han illustreerde Fiep verschillende bundels kinderversjes. ‘Het verloren schaap’ in 1947 was de eerste keer dat Fiep illustraties maakte bij kinderversjes. In 1952 illustreerde ze Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos en in 1953 Rijmpjes en versjes uit de grabbelton. In 1976 werd een nieuwe, grote verzamelbundel uitgegeven. Daar mocht Fiep kleurenillustraties voor maken en ze mocht er meer dan een jaar aan werken. Terugkijkend op haar werk noemde Fiep deze bundel altijd haar lievelingsboek.

Reclame
In de jaren vijftig en zestig maakten reclame bureaus graag gebruik van tekenaars. Fiep was inmiddels beroemd door haar opvallende stijl en humoristische benadering van haar onderwerpen. Dat maakte haar werk heel geschikt voor reclamecampagnes. Meestal moesten reclametekeningen in zwart – wit omdat ze werden gebruikt in de krant. Soms werden haar illustraties in kleur gebruikt als kleine affiches. Fiep tekende onder andere voor KLM, het Nederlands Zuivel Instituut, Nivea en Big Ben regenkleding. Eind jaren vijftig werden Fiep en Annie M.G.Schmidt benaderd door de Nederlandsche Persil Maatschappij. Ze maakten een verschillende series reclameboekjes die de klant cadeau kreeg bij aankoop van wasmiddelen. De negen delige serie ‘Drie Stouterdjes’ verscheen in 1959 en werd gevolgd door boekjes over Prelientje en Pluis en Poezeltje.

Floddertje (1968 – 1969)
Door zuivelproducent Nutricia werden Annie M.G.Schmidt en Fiep Westendorp gevraagd zes boekjes te maken. De gebruiker van Nutromakoffiemelk kon die boekjes verkrijgen tegen inlevering van zegeltjes die zaten op de etiketten van de flesjes koffiemelk. Annie en Fiep bedongen volledige artistieke vrijheid. De opdrachtgever vond de naam Floddertje geen goed idee. De dames hielden echter voet bij stuk en Floddertje werd een beroemd figuurtje. Na de reclame-actie werden de boekjes gebundeld en nog altijd verschijnen er herdrukken. Floddertje is een van de meest geslaagde resultaten van de samenwerking van Annie en Fiep.

Pluk van de Petteflet (1968-1971)
Annie en Fiep wilden een kinderboek maken met kleurenillustraties. Dat was in de jaren zestig te duur. Toen het verzoek van het damesblad Margriet kwam voor een feuilleton, was de beslissing snel genomen. De kleurenillustraties voor het blad konden worden gebruikt in het boek. Zo was het betaalbaar voor de uitgever. Het boek verscheen in 1971 en Pluk op zijn rode kraanwagentje is het icoon van het Nederlandse kinderboek geworden. Fiep had in al die jaren nooit een gouden of zilverenpenseel gewonnen en het CPNB vond dat ze een onderscheiding voor haar werk wel verdiend had. Daarom kreeg ze in 1997 het Oeuvre Penseel!